Taekwondo wordt niet beoefend in gewone shorts en een T-shirt, maar in specifieke uitrusting.
Taekwondo beschikt evenals de meeste andere oosterse gevechtssporten over een typische kledij. Deze dobok bestaat uit een, meestal, witte broek en een vest, dat over het hoofd wordt aangetrokken. Dit vest wordt dan aangetrokken met de gordel, ti genaamd. Deze heeft verschillende kleuren naargelang de graden. De stof van de dobok is veel lichter dan die bij bvb judo, omdat er bij het taekwondo tijdens de kamp niet aan de kledij wordt getrokken.
Bij het sparren wordt er uiteraard nog extra beschermingsmateriaal gebruikt.
Kinderen doen om te beginnen wreefbeschermers aan, om de voetrug bij het trappen te beschermen. Iedereen draagt scheenbeschermers en armbeschermers om de trappen en slagen of blokkeringen minder hard aan te laten komen. Tenslotte is het tijdens de wedstrijden tevens verplicht om een tandbeschermer aan te doen.
Naast dit klein beschermingsmateriaal, zijn er nog de helm en het pantser. Meestal wordt dit groter materiaal door de club ter beschikking gesteld. Het pantser, hoogoo, beschikt meestal over een rode, hong, en een blauwe, chong, kant, zodat het kan omgekeerd worden tijdens tornooien.